Mijn verhaal – Het begin van worden wie ik niet wilde zijn - Blog 1
In de serie "Mijn verhaal" deel ik, stap voor stap, hoe ik mijn pad gelopen ben. Van vroeger naar nu. Bedoeld om niets meer weg te houden, om alles open te leggen, om te ontdekken wat nu maakt dat ik de koers gevaren ben zoals ik deed. En om inzicht te geven in dat we allemaal ons verleden hebben waarin we, door alles wat ons is overkomen, we ons in overeind hebben moeten houden, (overlevings-) strategieën en manieren hebben ontwikkeld om door te kunnen gaan...ook als dat niet makkelijk of zelfs onveilig was. Geen klaagzang, geen aanklacht maar een weergave van mijn beleving. Ik ben er niet op uit de vinger te wijzen, iemand zwart te maken of anderzijds. Alle betrokkenen in mijn levensverhaal hebben gedaan wat ze konden op de manier die ze passend achten, is mijn overtuiging. En hoe vreemd dit in sommige gevallen mag klinken: ik ben ze toch allemaal dankbaar! Dankbaar dat ik hier rond mag lopen, mijn verhaal mag vertellen, heb mogen leren, de keuzevrijheid te kunnen ervaren sommige dingen hetzelfde of juist anders te doen.
Nou…daar ga ik dan. En wat vind ik het spannend. Want ik loop hier al zo lang mee rond maar heb het nooit écht aan papier durven toevertrouwen. En toch ga ik het doen.
Mijn ervaringen door de jaren heen, in het bijzonder de laatste jaren, hebben mij gebracht waar ik nu ben. Helpen vormen, groeien en ontwikkelen. En dat is natuurlijk ergens begonnen. Kleine kanttekening: ik schrijf wat ik schrijf vanuit mijn beleving, mijn visie, mijn herinneringen en bekeken door mijn ogen. Op geen enkele wijze is dit bedoeld iemand anders te schaden, beschuldigen of in een kwaad daglicht te zetten. We zijn allemaal onderweg, we leren door vallen en opstaan en doen in de basis wat we kunnen naar beste eer en geweten.
Als klein jochie groeide ik op in een gezin waar het voor mij niet makkelijk was. Had ik het slecht? Nee, ik had altijd een dak boven mijn hoofd, kleding, ruim voldoende te eten, er was ruimte voor leuke dingen, sport, etc. Als je daarnaar kijkt ben ik niets tekortgekomen. Toch was het ook een tijd voor mij waarin ik mij onzeker, klein en onveilig heb gevoeld. Is het niet zo ongeveer mijn generatie die de switch is gaan maken naar emotionele zorg en veiligheid. Juist de emotionele aanwezigheid en beschikbaarheid was wat ik zo nodig heb gehad maar niet vond. Niet omdat mijn ouders dat niet wilden maar omdat ik denk dat ze het niet konden. En hier zeg ik direct bij: ik denk dat ze alles hebben gedaan wat ze wel konden, waarvan zij oprecht dachten dat dit het beste was en dat dit de manier was waarop “het hoort”. Dus allerminst een steek onder water of een aanklacht, niet meer dan een constatering en weergave vanuit mijn beleving.
Als ik als jonge jongen iets had gedaan wat niet mocht of oké was (in de ogen van de ander) dan volgde er een “gesprek”. Inmiddels weet ik dat een monoloog of soms regelrechte preek absoluut geen gesprek is. Ruimte, echt ruimte om gehoord te worden, heb ik daarin nooit gevoeld. Want wat er aan de oppervlakte gebeurd was, dat was waar het over ging. Wat eronder zat bleef ongezien en onbenoemd. Maar ik bestond niet alleen aan de oppervlakte, dat was maar een klein waarneembaar deel. Er zat nog zoveel meer onder die oppervlakte. Daar lagen mijn wensen, angsten, behoeften, dromen, vragen, pijn, verdriet.
Ik ben wat keren naar mijn kamer gestuurd en heb uit frustratie en boosheid mij helemaal scheel geslagen op mijn bed en hoofdkussen, geschreeuwd in datzelfde kussen om uiteindelijk huilend neer te vallen en niets dan verdriet en eenzaamheid te voelen. Want niet gehoord worden, geen ruimte om mijn versie van wat er gebeurd was te kunnen vertellen…wat kon ik daar slecht tegen.
En dan heb ik het niet over die keer dat ik samen met een buurjongen bij de lokale supermarkt spullen had gestolen. Tuurlijk is dat niet oké. Overigens, daar kan nog steeds een verhaal onder zitten dat zomaar heel interessant kan zijn voor ouders, maar dat terzijde. In mijn specifieke geval niet, ik was gewoon op een spannende rooftocht geweest en had spullen gepikt die ik nooit zou krijgen als kind.
Dus niet gehoord worden was een zeer vaak repeterend ding en rode draad door mijn vroege jeugd en pubertijd. En heel vaak vond (vind ik nog trouwens) ik het onterecht, werden zaken gemeten aan wat de buitenwereld ergens van zou vinden, etc. En ik vermoed zomaar dat mijn sterke onrechtvaardigheidsgevoel hier ergens wortel heeft geschoten.
Maar onveiligheid…
Ik kan mij, werkelijk als de dag van gister, een situatie herinneren. We woonden nog in het huis waar ik geboren ben. Ik kan niet ouder dan 3 zijn geweest. Mijn moeder stond in de keuken, ik vroeg kennelijk te vaak om een snoepje en nu was de maat vol! De snoeppot (daar kon prima een kilo snoep in) werd de gang ingegooid. Ik werd erbij gezet en kreeg luidkeels te verstaan dat ik alles op moest eten en niet eerder de gang uit mocht. Of de pot echt helemaal vol heeft gezeten weet ik niet meer maar het was veel! Ik zie het nog liggen, begon te huilen maar ik MOEST het opeten.
Of dat uiteindelijk ook werkelijk gelukt is weet ik niet, zal vast niet. Maar wat voelde ik mij onveilig en angstig.
En hoe ga je als kind om met een situatie dat er iets in de middag gebeurt, je op je kop krijgt, naar je kamer moet en daar wacht tot je vader thuiskomt om vervolgens, uren na het voorval, uren in afgrijselijke angst, nog een portie klappen te krijgen. Soms zo hard dat het oorsuizen dagen aanhield.
Deze situaties zijn er slechts twee van meerdere die nooit verdwenen zijn. Ze hebben het fundament gelegd onder hoe ik mij later zou gaan ontwikkelen.
Zo heb ik beter leren liegen bijvoorbeeld. Ik vind liegen verschrikkelijk maar ik moest wel. Want niet alleen een bewuste streek of uithalen van rottigheid maar ook een stomme fout of onhandige beslissing pakte onherroepelijk uit in een pijnlijk gevolg of een wekenlang huisarrest. En waar wij (mijn ex-vrouw en ik) met onze zoon het gesprek aangingen, beweegreden onderzochten, actie en gevolg probeerde in te laten zien of liever nog, dat hij zelf tot die inzichten kwam…dat was er bij mij vroeger niet echt bij.
Zo is in mij de overtuiging geboren dat ik geen of weinig fouten mag maken. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden kan zelfs betekenen dat ik er toch volledig voor opdraai en dat wilde ik niet. Als ik je dan vertel dat ik best een drukkig en doenig kind was, wat ze nu een ADHD’er noemen, dan heb je recept te pakken voor een heleboel situaties die ik als kind helemaal niet kon overzien maar die ik, ongewild en onbewust, als een ketting aan elkaar wist te rijgen.
Zaken weghouden en zonder te liegen niet alles vertellen heb ik toen ook tot kunst weten te verheffen. Allemaal niets waar ik trots op ben maar hoe kon ik anders? Je kunt stellen dat ik al best snel allerlei strategieën heb moeten ontwikkelen om me staande te houden die me eigenlijk helemaal niet pasten. En als je bouwt op een fundament van rotte palen moet je niet gek opkijken als vroeg of laat het huis gaat verzakken.
Ik was toch al een buitenkind maar dat nam alleen maar toe. En zelfs als er niemand was om mee te spelen dan dwaalde ik alleen door “de bouw” (vroeger stonden er nog geen hekken om nieuwbouwprojecten heen), ging in mijn eentje naar een bos dat net buiten het dorp lag of fietste gewoon rond. Gelukkig ben ik een “GenX-er” dus was het heel normaal voor ons om ’s morgens de deur uit te gaan en uren weg te blijven. Dat was mijn ontsnapping.
Bij vriendjes en vriendinnetjes thuis was het al snel leuker, zag ik ook wel dat een vriendje soms op z’n kop kreeg maar volgde niet de straffen die ik wel moest ervaren. Ja, ze waren boos maar ze spraken erover. Mijn vriendje werd gevraagd naar zijn verhaal. En als een moeder dan hoorde wat eronder zat dan legde ze in rust en vanuit ouderlijke zachtheid uit dat ze dat snapte maar dat dit niet de weg was. En er volgde suggesties over hoe dat in het vervolg anders zou kunnen, daar werden afspraken over gemaakt. Ik wist niet wat ik zag…zo kan het dus ook maar waarom dan bij mij niet? En dus nodigde ik niet zo vaak vriendjes uit bij mij thuis. Liever was ik daar omdat ik daar voelde wat zelf zo verlangde.
In mijn pubertijd nam dit natuurlijk weer andere vormen aan. Werd ik snel slimmer, verbaal handiger en kon ik steeds makkelijker onder de radar blijven. En toch is daar ook een punt geweest waarop ik ben opgestaan, weer voor mezelf opkomen. Dat ik dat deed op een manier die ook niet handig was komt in blog 2 – En nu ik meer vrijheid krijg, wie ben ik dan?
De keerzijde was dat op het gebied van sport, Judo in het bijzonder, er volle aandacht en aanwezigheid was. Het was de sport waar mijn opa les in gaf, mijn vader ook altijd beoefend heeft in zijn jonge jaren tot hij bij de marine ging en zeer actief bij de lokale vereniging betrokken raakte in ons dorp. Eerlijk is eerlijk: als er ergens een toernooi was, al was het in andere provincies, waar ik heen wilde en het was enigszins mogelijk dan mocht ik en ging mijn vader mee. Dan was hij er helemaal. Het was zelfs zo dat als ik weer eens huisarrest had en werkelijk niets mocht dan beneden komen eten en daarna weer naar mijn kamer…trainen en wedstrijden liepen wel door. Sterker nog, soms denk ik dat die verplicht waren. Maar goed, dat vond ik allang prima, even weg uit mijn gevangenis van kilte en spanning.
Als onzeker jochie heb ik al snel geleerd mij anders voor te moeten doen, leren zaken niet te zeggen zonder te liegen, keihard en glashard liegen, onzichtbaar worden, wegduiken en tussen de regels door laveren. Iets wat zou veranderen in de volgende fase van mijn leven…maar niet altijd een verbetering.